Adresgegevens

Luchthavenweg 99
5657 EA Eindhoven
T +31 (0) 40 235 34 30
E info@rubicon.nu

   Twitter LinkdIn

De Hoge Raad verwerpt de toepassing van de afroommethode bij het bepalen van het gebruikelijk loon voor een DGA met personeel

Een directeur-grootaandeelhouder (hierna: DGA) dient een bepaald minimumsalaris (het gebruikelijk loon) te ontvangen van zijn bv. Deze gebruikelijk loonregeling is in het leven geroepen om te voorkomen dat DGA’s, hun salaris uit fiscale overwegingen, zo laag mogelijk vaststellen (bijvoorbeeld om belastinguitstel te krijgen of om recht te krijgen op Toeslagen).

Er wordt regelmatig geprocedeerd tegen de wijze waarop de omvang van het gebruikelijk loon moet worden bepaald (zie ook ons bericht van maart 2011).

Op 9 november 2012 heeft de Hoge Raad twee arresten gewezen over het gebruikelijk loon.

De eerste casus ging over een advocaat, die via zijn bv, medeaandeelhouder was in een werkmaatschappij met ongeveer 100 personeelsleden. Volgens de inspecteur diende het gebruikelijk loon te worden bepaald door de opbrengsten (het winstaandeel) van de bv te verminderen met de, aan die opbrengsten toe te rekenen, kosten (exclusief het loon van die werknemer), lasten en afschrijvingen. Dit noemt men de afroommethode*. De Hoge Raad heeft bepaald dat indien het resultaat van de werkmaatschappij ook te danken is aan haar werknemers, de afroommethode niet van toepassing is.

Een andere casus ging over een orthodontist met acht personeelsleden. Ook hier stelde de inspecteur het gebruikelijk salaris vast met behulp van de afroommethode. De Hoge Raad stelde de belastingdienst in het ongelijk. De belastingdienst moet bij de bepaling van het gebruikelijk loon van de DGA rekening houden met het gegeven dat werknemers ook bijdragen aan de resultaten van de vennootschap. De afroommethode is hiervoor ongeschikt.

Onze conclusie is dat de afroommethode alleen kan worden toegepast voor een bv met één werknemer, namelijk de DGA zelf (een “ZZP-bv”), die door zijn arbeid verantwoordelijk is voor de totale omzet van zijn bv. Het standpunt van de belastingdienst, dat de afroommethode kon worden toegepast bij alle dienstverlener-bv’s, is onjuist gebleken. In situaties waarbij personeelsleden ook bijdragen aan het resultaat van de vennootschap, dient voor de bepaling van de omvang van het gebruikelijk loon, te worden gekeken naar het salaris van een werknemer met dezelfde positie (maar die geen grootaandeelhouder is met ten minste 5%-belang).

Indien u hierover nadere informatie wenst, kunt u contact opnemen met onze belastingadviseurs (tel: 040-2353430).

(*) Het fiscaal in aanmerking te nemen loon wordt gesteld op 70% van de omzet van de bv minus de kosten (exclusief het loon van de DGA).