Adresgegevens

Luchthavenweg 99
5657 EA Eindhoven
T +31 (0) 40 235 34 30
E info@rubicon.nu

   Twitter LinkdIn

Bepaling omvang gebruikelijk loon voor werknemer met aanmerkelijk belang (waaronder de afroommethode)

[Publicatie maart 2011]
Bepaling omvang gebruikelijk loon voor werknemer met aanmerkelijk belang (waaronder de afroommethode)

Directeur/aanmerkelijk belanghouders hebben dikwijls de mogelijkheid om hun loon zelf vast te stellen. Dat heeft in het verleden geleid tot een "fiscaal gedreven" vaststelling van het loon. In sommige gevallen werd in het geheel geen loon bedongen. De wetgever heeft daarop in 1997 de "gebruikelijk loonregeling" in de wet opgenomen.

Deze gebruikelijk loonregeling bepaalt dat iemand die arbeid verricht voor een vennootschap waarin hij of zij een aanmerkelijk belang heeft, verplicht is zich een minimum loon toe te kennen van € 41.000 (2011). Indien iemand bijvoorbeeld parttime werkt, dan kan (onder voorwaarden) het gebruikelijk loon op een lager bedrag worden vastgesteld. Als het gebruikelijk loon lager is dan € 5.000, dan blijft de gebruikelijk loonregeling buiten beschouwing. Indien aannemelijk is dat een hoger loon dan € 41.000 gebruikelijk is, dan wordt het gebruikelijk loon gesteld op een bedrag dat niet meer dan 30% van afwijkt van dat gebruikelijke loon. Het percentage van 30% is in de wet opgenomen als doelmatigheidsmarge.

Het gebruikelijk loon kan op twee manieren worden vastgesteld.

  • door uit te gaan van het loon dat wordt betaald aan andere werknemers met een soortgelijke dienstbetrekking of
  • als de opbrengsten van een vennootschap voor tenminste 90% wordt behaald door de arbeid van de werknemer met een aanmerkelijk belang, dan kan het gebruikelijk loon worden berekend op basis van deze opbrengsten, verminderd met de aan deze opbrengsten toe te rekenen kosten (exclusief het loon van de desbetreffende werknemer), lasten en afschrijvingen. Op het berekende bedrag wordt dan nog een winstmarge in mindering gebracht. Deze methode noemt men de afroommethode en kan alleen worden toegepast indien er één werknemer in dienstbetrekking is.
    [Rekenvoorbeeld afroommethode]

De belastingdienst legt steeds vaker met succes naheffingsaanslagen op, omdat het uitgekeerde loon volgens de belastingdienst te laag is geweest. De inspecteur neemt dan het standpunt in dat het gebruikelijke loon volgens de afroommethode op een (veel) hoger bedrag moet worden gesteld. De inspecteur legt vervolgens een naheffingsaanslag loonheffingen op, op basis van het fictief loon (= vastgestelde gebruikelijk loon minus de doelmatigheidsmarge van 30%). De laatste tijd zijn hierover diverse procedures gevoerd. Daarbij valt het op dat deze procedures vaak gaan over vennootschappen van vrije beroepsbeoefenaren, zoals bijvoorbeeld vennootschappen die maat of vennoot zijn in een maatschap of vennootschap onder firma van notarissen, advocaten of accountants dan wel vennootschappen van interim-managers. De rechter stelt de belastingdienst vaak in het gelijk.

Als het fictief loon hoger is dan het genoten loon, dan wordt de loonbelasting gebaseerd op dit gecorrigeerde loon. Het verschil tussen het fictief loon en het werkelijk genoten loon, kan niet door de vennootschap alsnog achteraf worden uitbetaald. Dit wordt aangemerkt als een informele kapitaalstorting door de aanmerkelijk belanghouder. Indien daarbij in ogenschouw wordt genomen dat de belastingdienst over vijf jaar mag naheffen (met heffingsrente en boete) is het duidelijk dat een "juist" loon voor de werknemer/aanmerkelijk belanghouder van groot belang is.

Indien u hierover vragen heeft of nadere informatie wenst, dan kunt u contact opnemen met ons kantoor (040-235 34 30).